Luc De Raedemaeker
België
'We zijn in 50 v. Chr. Heel Gallië is bezet door de Romeinen …' Helemaal? Nee, toch niet. Want een dorpje van onverzettelijke Galliërs biedt koppig weerstand aan de overheersers. 2020. De hele wereld wordt overspoeld door Craft beer… Helemaal? Nee, want een onooglijk landje van onverzettelijke ‘Belgae’ biedt dapper weerstand aan de invasie. Tot spijt van wie het benijdt.

‘Gaat het Belgisch bier kopje onder?’. Die vraag stond enkele jaren geleden te lezen in de Nederlandse Volkskrant. De ondertitel ‘Blond, bruin en braaf’ gaf reeds het antwoord. Belgische brouwers zijn te conservatief en vernieuwen niet. Het bierlandschap gaat ten onder aan verveling en conservatisme. Onze brouwers rusten op hun lauweren en genieten van hun status, terwijl Nederland en de rest van de wereld ijverig timmert aan de Craft Beer revolutie. En daar wringt nu juist het schoentje. Onze brouwers brouwen vanuit traditie en vanuit de typische Belgische eigenschappen. Ze zijn zeer voorzichtig met nieuwe releases. Ze sleutelen soms tien jaar lang aan een nieuw recept. Onze buitenlandse confraters brouwen er maar op los, de gekste ingrediënten en combinaties eerst. Ze knippen en plakken er met lieve lust op los. Dan liever het Zweedse ‘lagom’: het is een manier van denken die stilaan de wereld verovert. Het idee is simpel: niet teveel, niet te weinig. Zo ontstaat een goed evenwicht: niet te fel, niet te saai, niet te bitter, niet te zuur, … maar alles met mate.

En dat is nu net het credo van de Belgische brouwers. Sommige boze tongen omschreven deze keuze als een verstikkende doctrine van arrogante zelfontkenning in een snel veranderende wereld. Volgens dezelfde kwaadsprekers trekken onze brouwers zich als een bange boer terug in hun brouwerij en schelden vanachter hun gesloten luiken tegen de veranderende wereld, de oude karabijn in aanslag.

Persoonlijk zien we het net iets anders. Neem nu een Westmalle Tripel – de moeder aller tripels –, een perfect voorbeeld van Belgisch evenwicht: niet te zoet, niet te bitter, niet te … . Misschien een klein tikkeltje teveel alcohol. Maar hé, dat is onze Bourgondische inslag. De voormalige brouwmeester van Westmalle, Jan Adriaensen, een groot brouwer noemen is een open deur intrappen. Wij zien Jan eerder als een conservator, die het goede behoudt en mondjesmaat moderne technologieën integreert ten goede van het bier.

Of neem nu Yvan De Baets van Brasserie de la Senne. Hij is erin geslaagd zijn eigen vooroorlogse en afwijkende voorkeur – een stevige evenwichtige bitterheid – een plaats te geven in zijn bieren én in de Belgische bierwereld. Deze man is geen genie, maar een verzameling van genieën.

Simply the best?

Ons land heeft een reputatie hoog te houden. Tot in de verste uithoeken van de zes continenten worden naam en faam van het Belgisch bier geprezen. Bierliefhebbers beschouwen België als ‘het bierparadijs’ bij uitstek. Vraag argeloze toeristen naar typische kenmerken van België. Sommige stamelen ‘België?’ maar de meeste bezingen uitgebreid het lof van Brugge, onze chocolade, de Rode Duivels en natuurlijk: ons bier.

Maar bestaat Belgisch bier wel? Mag België zich het predicaat ‘werelds beste bierland’ toe-eigenen? Het antwoord is tweemaal ja en tweemaal nee, met een voorzichtige nadruk op ja. Om de Belgische biercultuur te begrijpen moeten we verschillende geografische, historische, religieuze, politieke en wettelijke aspecten in kaart brengen. België behoort tot de zogenaamde biergordel, een brede strook die Europa van oost naar west doorkruist. Ons landje beschikt over de nodige grondstoffen (gerst, hop, …) om bier te produceren en sommige streken zijn bekend om hun uitstekende waterkwaliteit. Spa is een generiek begrip in de wereld van mineraalwater.

Doorheen ’s lands geschiedenis zijn we constant bezet geweest door vreemde naties: Fransen, Spanjaarden, Oostenrijkers, Duitsers, … ja zelfs ‘Ollanders’ hebben de plak gezwaaid in onze gewesten. Onze reactie was tweezijdig. We namen de goede dingen over en integreerden deze invloeden in onze (bier)cultuur. Anderzijds bleven we koppig vasthouden aan onze (bier)tradities om onze eigenheid te bewaren.

Vijf van de negen Trappistenbrouwerijen bevinden zich op Belgisch grondgebied. Dit is geen toeval. Het katholieke België is eeuwenlang een veilig toevluchtsoord geweest voor de vele religieuzen die hun huid riskeerden in hun thuisland. Onze Noorder- (Nederland) en Oosterburen (Duitsland) hebben het protestantisme omarmd. In het woelige Frankrijk was de kerk vaak de gebeten hond. In vele gevallen vonden de monniken een tweede thuis in onze contreien. Aangezien de volksdrank bij uitstek bier was, legden de nieuwkomers zich toe op het brouwambacht. Tot ons groot jolijt natuurlijk!

Zoals steeds doet ook de politiek een duit in het zakje. Elk dorp de naam waardig telde op zijn minst twee brouwerijen, vaak van verschillende politieke signatuur. Het trakteren van ‘pinten’ bleek een krachtig wapen in volle verkiezingsstrijd. In vele gevallen was de brouwer ook de burgervader. Een goede traditie als u het mij vraagt: vers bier in plaats van politieke boodschappen die de verzuring in de hand werken.

Van de politiek naar overheidsingrijpen is meestal slechts een kleine stap. De Wet Vandervelde uit 1919 verbood het schenken van sterke drank in cafés. De situatie was schrijnend, de arbeiders werden na een lange werkweek uitbetaald in de lokale kroeg, die natuurlijk eigendom van de ‘patroon’ was. Moe gewerkte arbeiders met geld in hun zakken samen met hun maten in de kroeg, zorgde voor een explosieve cocktail. Gevolg: stomdronken mannen die blut huiswaarts keerden, moeder de vrouw een paar flinke tikken verkochten en het gezin in de miserie stortten. De wet moest de toestand aanpakken en het alcoholisme onder de verpauperde bevolking tegengaan. De brouwers zagen hun kans schoon een brachten bieren met een hoger alcoholvolume op de markt. Enkele grote klassiekers zagen in die periode het levenslicht. De wet Vandervelde bleek een slag in het water maar we danken een paar uitstekende bieren aan dit overheidsingrijpen.

In vergelijking met hun Duitse en Engelse collega’s waren onze brouwers relatief vrij. Duitse brouwers zaten gevangen in het keurslijf van het Rheinheitsgebot (enkel hop, water, mout en gist moeten gebruikt worden) en Engelse brouwers zuchtten onder het juk van hoge accijnzen op alcohol. Het gevolg is dat laag alcoholische bieren de bovenhand hebben in het Engelse bierlandschap.

Neem al deze elementen bij elkaar en de basis is gelegd voor een b(l)oeiend bierlandschap. Kleuren, geuren, smaken, … we kunnen bogen op een enorm bieraanbod gebaseerd op de hierboven genoemde elementen. De kwaliteit van Belgisch bier komt tot stand door de ‘savoir faire‘, de passie en de nooit aflatende creativiteit van onze brouwers. Geniet morgen tijdens de Nationale Feestdag dus van een prachtig glas Belgisch gerstenat.

Santé!

Cover © Bart Van der Perre