Thomas Costenoble
MAAR WAT IS EEN… TRIPEL
Degustatie in de Abdij van Westmalle
Maar wat is een Tripel - Mais qu'est-ce qu'une Bière Triple
Het antwoord op de vraag "Wat is een tripel?" lijkt evident. Een beetje bierkenner schudt het antwoord zo uit de mouw, denk je. Maar zo eenvoudig liggen de zaken niet.

Duidelijk is dat het niet om een driedubbele fermentatie gaat. De vermelding “tripel” lijkt eerder te worden gebruikt om zich te onderscheiden van de “dubbele” of “dobbele” bieren. In België verstaat men onder “dubbel” of “double” een bier waarvoor twee keer zo veel grondstof werd gebruikt als een gewoon bier, met als gevolg een dubbel intense smaak. In deze categorie vinden we meestal bruine bieren met een alcoholvolume van om en bij de 8%. “Tripel” bier gaat dus nog verder. Het is een bier van hoge gisting die een hergisting op fles ondergaat (zoals de “dubbel”), maar die nog denser en intenser is dan de “dobbel“. Vanzelfsprekend gaat het niet om een driedubbele densiteit, noch om drie keer zo veel mout of hop: zo’n massa zou gewoon niet gebrouwen kunnen worden. Meer alcohol? Ja, maar weet dat het alcoholvolume niet enkel afhankelijk is van de gebruikte hoeveelheid gerst. Vaak wordt immers suiker toegevoegd (in glucose-vorm), wat meebrengt dat bieren met een hoger alcoholgehalte ook meer koolzuurgas bevatten.

Waar komt de naam “tripel” vandaan? Dat is een ander discussiepunt. Volgens sommigen ligt de oorsprong bij de Abdij van Westmalle. Al in 1934 brouwden de monniken hier hun eerste Tripel. Andere bronnen verwijzen naar de middeleeuwen. Een ton tafelbier voor de armen werd gebrandmerkt met één kruis. De tonnen voor de monniken en hun (betalende) gasten droegen twee kruisen. En, u raadt het al, een ton met drie kruisen was voorbehouden voor de abt en zijn eregenodigden.

Tripels hebben doorgaans een alcoholvolume van 9%. Toch vindt men ook lichtere tripels van 7% en zwaardere van 11%. Algemeen kunnen we zeggen dat het over sterke bieren gaat, die meestal ook blond getint zijn, maar ook hier weer zijn er uitzonderingen. Hun smaak wordt gekenmerkt door een vrij zachte aanzet, impressies van fruit en soms ook mout, meestal gevolgd door een hoppige finale.

Niet makkelijk om alles duidelijk op een rijtje te zetten, vooral ook omdat sommige brouwers de term “tripel” als een commercieel argument gebruiken. In België gebeurt dat laatste niet zo vaak, maar in het buitenland heeft men daar minder moeite mee. Er zijn bieren op de markt die in geen mijlen doen denken aan wat we in België onder “tripel” verstaan.

In het mooie en prestigieuze kader van de Abdij van Westmalle streek de redactie van Bier Grand Cru neer om zich over een degustatie van tripels van buigen. Blind weliswaar. Het degustatiepanel bestond uit Pierre Zuber, Luc Pauwels, Nino Bacelle, Jérôme Goffinet, Luc De Raedemaeker en Thomas Costenoble. Dit alles gebeurde onder het waakzame oog van Jan Adriaenssens, brouwmeester van de Abdij. Een vijftiental tripels werd geproefd en de resultaten wezen eenduidig in één richting: dit is bier van een hoog kwalitatief niveau en een referentie voor brouwers wereldwijd. Alle bieren scoorden tussen 14 en 17/20.

 

Foto: Bart Van der Perre